Terugkeer protectionisme slecht nieuws voor economische groei en inflatie

‘Wij zullen niet de historische fouten herhalen met protectionistisch beleid zoals in het verleden.’ Zo luidde de plechtige belofte van de leiders van de G-20 toen ze elkaar voor het eerst op een crisisontmoeting zagen, in november 2008. Ironisch genoeg blijkt dat het startschot te zijn geweest voor de terugkeer van protectionisme op het wereldtoneel. Dat is slecht nieuws voor economische groei en inflatie.

De kracht van globalisering heeft de wereldeconomie de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Dankzij afschaffing van allerlei handelsbarrières is de internationale handel zeer hard gegroeid. Een ander plezierig effect van globalisering was dat door de moordende concurrentie de prijzen onder druk stonden waardoor China eind jaren zeventig, begin jaren tachtig uit zijn isolement kon komen. Samen met de andere BRIC-landen – Brazilië, Rusland en India – was China medeverantwoordelijk voor het continue proces van desinflatie.

Uit een overzicht van de Londense denktank Center for Economic Policy Research (CEPR) blijkt echter dat sinds de eerste crisisontmoeting van de G-20 in 2008 gemiddeld genomen elke dag één protectionistische maatregel het daglicht heeft gezien. Wie niet overtuigd is, kan voor een second opinion aankloppen bij de Wereldbank. Die zegt precies hetzelfde: protectionisme is helemaal terug. Op een paar straatarme Afrikaanse landen na, doen alle ontwikkelde en opkomende landen aan dat kwade spel mee.

Roeien tegen de stroom in, zoals nieuwe handelsverdragen sluiten, was vroeger de regel maar is tegenwoordig uitzondering geworden. De gesprekken die de internationale handel een nieuwe impuls moeten geven, de zogeheten Doha-gesprekken, zitten al bijna een decennium muurvast zonder vooruitzicht op verbetering, ondanks pogingen van de Wereldhandelsorganisatie.

De terugkeer van protectionisme is buitengewoon zorgwekkend, omdat dat hetzelfde effect op de wereldeconomie heeft als het verhogen van belastingen. Allebei remmen de economische groei af en stimuleren de inflatie op wereldniveau.

Protectionisme is niet alleen het instellen van invoerheffingen en andere, meer verhulde handelsbarrières. Ook de recente valutaoorlog tussen China en de VS valt eronder. Bovendien lokt protectionisme reciprociteit – het ‘voor wat hoort wat-principe’ – en hetzelfde beleid uit.

Bijna een eeuw geleden maakte de wereldeconomie de Grote Depressie door, die vooral uit de hand liep door protectionistisch beleid. De toename van protectionisme toen is, gelukkig, niet te vergelijken met de toename van het protectionisme in de afgelopen jaren. Een nieuwe grote depressie is daarom niet te verwachten. Maar protectionisme was, is en zal altijd kwaadaardig zijn.

De huidige terugkeer van het protectionisme betekent wel dat de trend van de afgelopen drie decennia draait. Waar het afschaffen van protectionisme sinds de jaren tachtig de internationale handel efficiënter en goedkoper heeft gemaakt, wordt deze nu minder efficiënt en duurder. Hierdoor zal de neerwaartse druk op de inflatie langzaam maar zeker vervallen, evenals de opwaartse druk op economische groei. Van stijgende inflatie en afnemende economische groei naar een herhaling van de jaren zeventig, namelijk stagflatie, is vervolgens maar een kleine stap .

Daar komt nog bij dat in de afgelopen decennia de globalisering van inflatie ook toegenomen is. Het ene valutagebied – denk aan de eurozone – kan zich qua inflatie steeds moeilijker ontrekken aan de ontwikkelingen in andere valutagebieden, zoals de BRIC-landen, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. In deze laatste landen staan alle seinen op rood.

Met forse renteverhogingen nemen de BRIC-landen nu maatregelen om de snel oplopende inflatie te beteugelen, maar in het VK en de VS is deze bereidheid nauwelijks aanwezig. Dat betekent dat de Europese Centrale Bank (ECB), ondanks haar unieke mandaat van prijsstabiliteit, de eurozone in de toekomst steeds moeizamer kan vrijwaren van de hogere inflatie in de Angelsaksische en de belangrijke opkomende landen.

Het opkomend protectionisme en de globalisering van inflatie zorgen ervoor dat centrale bankiers alle zeilen bij moeten zetten om scherp aan de wind te varen en niet te kapseizen met de boot. Het centrale bankiersvak mocht dan voor de crisis een beetje saai geworden zijn, maar die tijden zijn voorbij. De grote uitdaging voor centrale bankiers zal zijn de inflatie in de hand te houden zonder daarbij de economische groei en werkgelegenheid op lange termijn af te knijpen.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar financiële economie aan Universiteit Tilburg en lid Monetaire Experts Panel van Europees Parlement. Edin Mujagic is monetair econoom bij Interest & Currency Consultants en promovendus monetaire economie aan de Universiteit Tilburg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *