Inflatiegevaar vergt rentespurt

Gelukkig heeft de ECB het unieke mandaat om alleen te zorgen voor prijsstabiliteit

De inflatie versnelt in de eurozone met de maand. Intussen bedraagt de geldontwaarding al 2,4% en deze lijkt de komende maanden verder toe te nemen. Daarmee is de inflatie nu al veel hoger dan het maximum van 2% dat de Europese Centrale Bank op de middellange termijn nastreeft.

Dat de ECB zich in toenemende mate daarover zorgen maakt betekent dat de centrale bank de stijging van voedsel-, energie- en grondstoffenprijzen niet als een tijdelijk fenomeen beschouwt, maar structurele trekken ziet krijgen. Als dat het geval is, volgen tweederonde-effecten die de hoge inflatie door forsere loonstijgingen als het ware cementeren in de economie.

Behalve dat de stijging van grondstoffen- en voedselprijzen structureel lijkt te zijn, is er nog een andere zorgwekkende ontwikkeling op het inflatiefront met potentieel grote gevolgen in de nabije toekomst. Wanneer een economie te hard groeit, ontstaat schaarste aan arbeid, en lopen de lonen en inflatie verder op. Voor een belangrijk deel hangen die loonstijgingen af van iets wat economen de natuurlijke werkloosheidsgraad of ‘Nairu’ noemen, ‘non accelerating inflation rate of unemployment’. Nairu is het niveau van werkloosheid waarop loonstijgingen rap toenemen.

Het natuurlijke werkloosheidsniveau was in de Verenigde Staten altijd aanzienlijk lager dan in Europa. Voor een belangrijk deel kwam dat doordat de arbeid in de VS veel meer mobiel is dan op het oude continent. Als de werkloosheid in een regio of deelstaat steeg, pakten veel Amerikaanse gezinnen hun boeltje om in een deelstaat of regio waar meer banen waren, een nieuw bestaan op te bouwen.

Dat Amerika niet zoals Europa taal- en andere barrières kent, zorgde ervoor dat een Amerikaan dat veel eerder deed dan een Europeaan. Maar net zo belangrijk was het feit dat een huis verkopen eenvoudig was en het gezin na verkoop altijd geld overhield, omdat de huizenprijzen jaarlijks fors stegen.

Zoals bekend zijn de huizenprijzen in de VS behoorlijk gezakt en verkeert de huizenmarkt nog steeds in misère. Het aanbod van huizen is gigantisch, waardoor een huis verkopen heel lang duurt. Vandaar dat veel Amerikanen noodgedwongen blijven zitten waar ze zitten, zeker als ze hun baan verliezen.

Het aantal verhuizingen over lange afstanden bereikte onlangs het laagste niveau sinds 1948, het jaar waarin de Amerikaanse overheid is begonnen met die gegevens bij te houden. Het is niet voor niets dat de duur van de werkloosheidsuitkeringen onlangs is verlengd in de VS. Vroeger was dat niet nodig, omdat mensen simpelweg vertrokken naar een andere staat.

De Nairu lag in de VS vroeger rond zo’n 5%. Dat is nu opgelopen tot minstens 7 tot 8 % volgens sommige recente schattingen. Die stijging komt niet alleen door de situatie op de huizenmarkt. Veel banen die verloren zijn gegaan, zijn niet zoals vroeger tijdelijk verloren. Onder meer outsourcing naar lagelonenlanden zorgt ervoor dat veel banen voorgoed weg zijn.

De Nairu in de eurozone, van oudsher hoger dan in de VS, is ook gestegen. Deels om dezelfde redenen als in de VS, namelijk verplaatsing van de productie, maar deels ook door de mismatch op de arbeidsmarkt.

De financiële sector bijvoorbeeld heeft in de huidige crisis harde klappen gekregen en veel banen zijn structureel verdwenen. Het probleem is alleen dat de vaardigheden van mensen die zijn ontslagen weinig nut hebben in andere sectoren. Mismatch tussen de vraag naar arbeid (vacatures) en aanbod (werklozen) neemt daardoor ernstigere vormen aan.

Voor de nabije toekomst zal, als de economie herstelt en de werkloosheid begint te dalen, al vrij snel uit de loonhoek druk ontstaan op de inflatie, zeker nu de vergrijzing begint toe te slaan. Nederland staat daarbij in de voorste linie. Deze week is bekend geworden dat de werkloosheid hier het laagst is in de eurozone.

Dat is goed nieuws, maar het betekent ook dat de arbeidsmarkt hier eerder overspannen raakt. Vanuit macro-economisch standpunt is het ook positief, maar dit betekent ook dat met de huidige overliquiditeit in de eurozone inflatiegevaar dreigt.

De ECB heeft echter het unieke mandaat om alleen te zorgen voor prijsstabiliteit, een doelstelling die na de financiële crisis en economische recessie onder grote politieke druk staat. Wij kunnen begrijpen dat een hoofdeconoom als Han de Jong van ABN Amro pleit voor de continuering van de lage officiële rente door de ECB om de rentemarge ruim te houden en de bankbalans op te schonen. Maar wij begrijpen niet dat Martin Fase, een voormalig hoofd van de onderzoeksafdeling van de Nederlandsche Bank (DNB), geen oog heeft voor de overliquiditeit en het inflatiegevaar in de eurozone en ook pleit voor een lage rente.

Daarmee verloochent deze voormalige centrale bankier de lange traditie binnen DNB van het – gematigd – monetarisme, dat van de DNB-presidenten Duisenberg, Zijlstra en Holtrop teruggaat tot professor J.G. Koopmans in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic
Zie Het Financieele Dagblad van 4 februari 2011
Dit essay vormt de start van Het Grote Inflatiedebat, dat Het Financieele Dagblad organiseert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *