Het Lehman-moment van de auto-industrie

(De Vijf van Eijff: vijf vragen van de onafhankelijke nieuws website van Tilburg University (universonline) over een actueel onderwerp)

Ooit wist één bank, Lehman Brothers, een globale financiële crisis te veroorzaken. Gaat een autofabrikant nu hetzelfde te doen met Duitsland, de (diesel)motor van de Europese economie? Hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger geeft antwoord.


1. Heeft het emissieschandaal bij Volkswagen de potentie om een economische crisis te veroorzaken die heel Europa treft?

Geen algehele economische crisis. Maar dit is wel het ‘Lehman-moment’ voor de automobielindustrie, een crisis die in bijna alle facetten vergelijkbaar is met de bankencrisis van 2008. De sector werd steeds meer in het keurslijf van de emissienormen gedwongen, terwijl zij technologisch de grens had bereikt. Het gevolg is dit soort strapatsen die de onhoudbaarheid van het model aangeven.

2. Is dit de prijs van het kapitalisme: bedrijven die zo groot zijn geworden dat zij een bijna fatale invloed hebben op de macro-economie?
Dit is vooral het gevolg van bad risk-management en poor governance. In een kapitalistisch systeem is de afweging constant: hoeveel risico kan en durf ik te nemen. Dat risicomanagement was bij Volkswagen duidelijk niet goed op orde. Maar er werd ook niet gecontroleerd. En dat is minstens even erg. Het interne toezicht heeft gefaald, zowel door de Raad van Bestuur als door de Raad van ScreenHunter_106 Oct. 08 15.51Commissarissen. Dat geldt waarschijnlijk trouwens voor heel de auto-industrie. Daarom heeft dit zeker impact op de groeicijfers in Duitsland en dus op Europa. Maar de invloed van de autosector op de economie is minder groot dan die van de bankensector en zal geen twee of drie recessies tot gevolg hebben.

3. Is dit heel erg 2015 of is dit een systemisch verschijnsel?
Crises zijn inherent aan het kapitalistische systeem. Die kun je niet wegnemen, maar je kunt ze wel mitigeren. Niet met regelgeving, die is altijd ontwijkbaar. De enige manier is beter risicomanagement en beter intern toezicht.

4. De Griekse crisis, de vluchtelingen, nu dit weer. Het kost bakken met geld. Hoeveel kan het continent nog aan voordat het op een financiële catastrofe afstevent?
Het heeft allemaal te maken met de manier en het moment waarop de Europese Unie is ingericht. Daarbij was sprake van ‘goed-weer-integratie’. Nu zitten we in slecht weer. De enige manier om dan nog erger te voorkomen is Europa naar een hoger niveau van integratie te tillen.

5. Maar elk van deze crises had juist Brussel kunnen voorkomen of beperken. Ooit begon de EU als een economische unie. Wat staat het meest onder druk: ‘economische’ of ‘unie’?
De unie. Het niveau van politieke integratie in Brussel was onvoldoende om dit soort problemen te tackelen. Economisch hebben we het allemaal redelijk goed geregeld in Europa. De interne markt, de EEG, was redelijk simpel. De monetaire unie en de bankenunie waren iets lastiger maar nog goed te doen. De volgende stap, een fiscale unie, wordt pas echt moeilijk. Daarmee geef je je soevereiniteit op. Dan kun je inderdaad gaan spreken van een ‘nepparlement’. Dat gaat niet meer over de economie maar over de stabiliteit en de functionaliteit van het politieke systeem. En daar maak ik me grote zorgen over.

(Klik hier voor de nieuwste editie van universonline, pagina 15)

Dit bericht is geplaatst in business administration, EU, internationale economie, Media, Sylvester, Tilburg University, Vijf van Eijff. Bookmark de permalink.