Een Europese Alexander Hamilton moet ons redden

(universonline) – De beroemde Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz (73) kwam onlangs met een geruchtmakende stelling in zijn boek De euro: onze gemeenschappelijke munt kan maar beter worden afgeschaft. Hoe beoordeelt onze tophoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger dit plan?
Vijf kenteken
1. Stiglitz deed veel stof opwaaien. U schuwt ferme uitspraken ook niet. Kunt u hem volgen?

“Ik vind hem een heel intelligente man, een onafhankelijk denker, maar hij is soms te tegendraads. Dat was ook zijn probleem als chief economist van de World Bank.”

2. Wat denkt u van zijn recente stelling over de euro?
“Daar ben ik het dus niet mee eens. Kijk, wat hij ziet gebeuren in Europa, dat klopt. Er heerst een vertrouwenscrisis. Om de Europese economie weer stabiel te maken, moeten de zuidelijke lidstaten als Frankrijk, Italië, Spanje en Griekenland hervormingen doorvoeren. Tegelijkertijd moeten de rijke landen als Duitsland en Nederland investeren en schulden kwijtschelden. Beide gebeuren niet, iedereen wacht op elkaar. Daardoor blijft het sukkelen. Tot zover ben ik het met Stiglitz eens. Zijn pessimistische oplossing is echter om terug te gaan naar de situatie vóór de euro: iedereen z’n eigen munt en zijn eigen begrotingsbeleid. Daar ben ik op tegen.”

3. Toch wordt dat vaker gezegd: de economie van het noorden is incompatibel met die van het zuiden, opsplitsen is het beste voor iedereen. Waarom bent u daar tegen?
“Voordat de euro er was, werd er ook gesproken van een unie met daarin alleen noordelijke landen als Duitsland, Finland en Nederland. Dat kon toen niet, omdat Frankrijk onmogelijk kon worden gepasseerd vanwege z’n historiscVijf kentekenhe statuur, al was het misschien geen gek idee. Maar nu, zo veel jaar na de eenwording, zijn de economieën zodanig met elkaar vervlochten, dat het miljarden kost om ze uit elkaar te trekken. Het zou grote gevolgen hebben in de economie en de politiek. En dat is onnodig.”

4. Wat is dan de oplossing?
“Een weeffout bij het optuigen van de Economische en Monetaire Unie is geweest dat het nooit een begrotingsunie is geworden. De enige echte regel is het tekort niet boven de drie procent te laten uitkomen, verder ligt de macht bij de lidstaten. Daardoor is er geen centraal instituut dat coördineert en knopen doorhakt. We hebben eigenlijk een Alexander Hamilton nodig. Deze Amerikaan wist in de achttiende eeuw de federale staten zover te krijgen om de autonomie over de begroting uit handen te geven in ruil voor kwijtschelding van de schulden. De man kreeg terecht een standbeeld voor het US Treasury Department.”

5. En wie zou die persoon kunnen zijn?
“Geen persoon, eerder een politieke instelling met de beslissingsbevoegdheid over het Europese begrotingsbeleid vergelijkbaar met die van de ECB over het monetaire beleid.”

(Zie hier de pdf en hier de jpg.

Dit bericht is geplaatst in CPB, Harvard, internationale economie, macroeconomie, Nederland, politiek, Sylvester, Vijf van Eijff. Bookmark de permalink.