Natuurlijke economische neergang niet krampachtig voorkomen

Roer moet radicaal om bij Fed
Als met name de Amerikaanse centrale bank, de Fed, aan het einde van de vorige en begin van deze eeuw een economische neergang niet ongedaan had gemaakt, hadden we de huidige zware crisis zeer waarschijnlijk niet gehad. Economische groei kent perioden van opleving, oververhitting en afkoeling. Het is een natuurlijk proces, waarin zich voortdurend onevenwichtigheden opbouwen die vervolgens gecorrigeerd worden via de werking van het prijsmechanisme.

In loop der tijd zijn overheden en centrale banken zich steeds meer gaan bemoeien met de economie om zo de afkoelingsfase steeds te voorkomen. Maar het is als het indammen van een wilde rivier. Vroeg of laat komen de krachten die de mens via imposante dammen tijdelijk heeft uitgeschakeld alsnog vrij door de opgebouwde spanning. Daar heeft de wereldeconomie nu mee te maken.

In een recente toespraak in Wenen wees de wereldberoemde belegger George Soros erop dat de begrotings- en monetaire autoriteiten sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw op elk teken dat de economie het even rustiger aan zal doen reageerden. Ze mengden zich steeds intensiever in de werking van de markten om een neergang te voorkomen. Gezien het arsenaal waarover die autoriteiten beschikken – belastingverlagingen, de bevoegdheid wetten en regels op te stellen, rentes te verlagen en laag te houden en geld via andere kanalen in de aderen van de economie te pompen – leek dat heel lang goed te gaan. Daarmee kwamen we in een situatie waarin we het met zijn allen als normaal zijn gaan beschouwen dat we elk jaar weer stukken welvarender werden.

Behalve dat het niet de natuurlijke toestand van de economie is, creëerden overheden en centrale banken op die manier ook steeds grotere onevenwichtigheden; onevenwichtigheden die we zeepbellen noemen. De wereldeconomie lijdt enorm onder het barsten van die bellen en ze richten ook langdurige schade aan. Dat komt niet alleen doordat de Fed keer op keer de nodige opschoning van de economie tegenhield, maar ook omdat diezelfde centrale bank decennialang de lijn vasthield dat het herkennen van zeepbellen onmogelijk is. Preventief ingrijpen, in de zin dat de excessen worden voorkomen, hoort in de visie van de Fed daarom niet te gebeuren.

De befaamde Amerikaanse econoom en grondlegger van de gedragseconomie Richard Thaler stelde onlangs tijdens de jaarlijkse Van Lanschot Lezing aan de Universiteit van Tilburg de retorische vraag wat er nog moet gebeuren voordat autoriteiten erkennen dat hun huidige modus operandi aan een radicale verandering toe is.

In de allereerste plaats moeten overheden voorlichtingscampagnes starten. De leiders moeten het volk confronteren met de harde waarheid dat het onmogelijk is dat het economisch altijd maar beter en beter gaat. Perioden van neergang horen er nu eenmaal bij. Mits aan zichzelf overgelaten, zal het mechanisme van het opschonen van de markt altijd zo werken dat de neergang te vergelijken is met een stap achteruit die volgt op wel tien stappen vooruit. Alleen als overheden voortdurend ingrijpen. zal de uitgestelde maar onvermijdelijke neergang meer dan één stap achteruit betekenen en in extreme gevallen de winst van jaren in één klap uitwissen.

In de tweede plaats moet de Fed erkennen dat ze jarenlang, zo niet decennialang, niet alleen een verkeerd maar naar nu blijkt een uiterst gevaarlijk beleid heeft gevoerd. De Fed en andere centrale banken wereldwijd moeten in dat opzicht de Europese Centrale Bank meer als voorbeeld nemen.

De afgelopen jaren lieten verschillende Europese centrale bankiers vaak weten dat het de verantwoordelijkheid van de centrale banken is om bubbels te voorkomen en niet, zoals de Fed-lijn was en is, om de schade na het barsten ervan te beperken. De schade beperken is relatief makkelijk bij kleine crises. Maar de schade beperken van een crisis die het gevolg is van jarenlang opgebouwde spanningen en onevenwichtigheden, is bijna onmogelijk. Bijna, omdat de enige oplossing is dat een nog grotere zeepbel wordt opgeblazen. Daarmee wordt uiteindelijk alleen tijd gekocht; daarna komt de klap nóg harder aan.

Om Thalers vraag te beantwoorden: er moet blijkbaar nog heel veel ergs gebeuren voordat het besef doordringt dat de huidige modus operandi zijn langste tijd heeft gehad. Als dat besef niet doorwerkt, zal er op den duur sprake zijn van nog meer economische schade. Nu al is bijvoorbeeld duidelijk merkbaar dat de vrije markt de schuld van alle problemen krijgt. Decennia van deregulering en liberalisering dreigen ongedaan te worden gemaakt.

In opkomende landen treedt de overheid steeds nadrukkelijker naar voren als vervanger van het marktmechanisme. Ook in de ontwikkelde landen speelt de overheid een almaar grotere rol. Dat alles onder het mom dat markten niet alleen tijdelijk inefficiënt werken, maar altijd inefficiënt zijn.

Te vaak wordt vergeten dat die situatie juist ontstaat door de bemoeizucht van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het begrotingsbeleid van overheden en voor het monetaire beleid.

– Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic
Zie Het Financieele Dagblad van 30 juni 2010