Financiële sector mag niet verder doormodderen

Maak álle financials beter

Een half jaar geleden bracht de Adviescommissie Toekomst Banken haar rapport uit. Deze commissie, ook wel de Commissie-Maas genoemd, is in november 2008 ingesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Zij bestond uit drie voormalige topbankiers (cfo’s) en een academisch lid, bijgestaan door een secretaris. De adviescommissie was geheel onafhankelijk in haar mandaat en functioneren. Haar voornaamste taak was het doen van aanbevelingen ter verbetering van het functioneren van de Nederlandse bancaire sector, om zo handvatten te bieden voor het herstel van het vertrouwen in de banken. Hoewel bij de kredietcrisis vele partijen een rol hebben gespeeld, concentreerde de adviescommissie zich in haar rapport op de eigen verantwoordelijkheid van de banken.

De rode draad in het rapport is dat de banken in hun afweging van de belangen van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin zij opereren, het primaat weer moeten gaan leggen bij het belang van de klant. Zo moeten de banken hun maatschappelijke rol weer beter gaan vervullen. In dit opzicht meende de adviescommissie dat er een fundamentele mentaliteitswijziging en heroriëntatie in het bankwezen nodig is. Het uiteindelijke doel is om de klanten van banken en daarmee de samenleving als geheel weer optimaal te bedienen en zo het geschonden vertrouwen te herwinnen.

Zoveel mogelijk is rekening gehouden met het sterk internationale karakter van het Nederlandse bankwezen. Dit wil zeggen dat Nederlandse banken niet alleen over de landsgrenzen heen concurrerend moeten blijven, maar ook dat zij te maken hebben met concurrentie van buitenlandse banken in Nederland. De aanbevelingen in de beide eerste hoofdstukken waren naar het oordeel van de adviescommissie dwingend van aard. Hierbij geldt het principe ‘comply or explain’. Banken moeten de aanbevelingen uitvoeren. Zo niet, dan moeten zij uitleggen waarom de aanbevelingen niet worden gevolgd.

De reacties uit het bankwezen en de politiek waren vrijwel unaniem positief. Het bestuur van de NVB verwelkomde de aanbevelingen en zegde toe zich actief in te spannen om spoedig invulling te geven aan de adviezen. Op 9 september jongstleden hebben de Nederlandse banken de aanbevelingen van de Commissie-Maas bijna in zijn geheel overgenomen in de Code Banken, die door de minister van Financiën van een wettelijke basis wordt voorzien. Zou een dergelijk zelfonderzoek en zelfregulering ook niet op zijn plaats zijn bij de Nederlandse verzekeraars en pensioenfondsen, die op dit moment ook met een gebrek aan vertrouwen worden geconfronteerd?

De verzekeraars hebben door de affaires met aandelenleaseconstructies en woekerpolissen enorme reputatieschade opgelopen. De pensioenfondsen hebben door riskant en verkeerd beleggingsbeleid nog steeds structurele problemen met hun dekkingsgraad en een serieus governance probleem. Er is dus meer zelfreflectie en visie bij de verzekeraars en pensioenfondsen nodig. Dat mag je ook verwachten van een financiële sector met een langetermijnhorizon. Meer zelfonderzoek en een kritische blik op het eigen optreden is noodzakelijk en dat vertaalt zich ook in beter intern toezicht en risicomanagement.

Dat kan het beste gebeuren door een relatief kleine commissie van 4 tot 5 onafhankelijke experts met een ruim mandaat te benoemen. Bij de verzekeraars is nog niet veel beweging waar te nemen op dit gebied. Wellicht hopen zij dat de storm vanzelf overwaait. De Commissie-Don die moest adviseren over de parameters voor pensioenfondsen kon niet tot duidelijke en eensluidende adviezen komen vanwege de omvang en diversiteit van deze commissie. De Commissie-Frijns voor de pensioenfondsen is wel een goed voorbeeld. Het is echter maar zeer de vraag of deze commissie zich gezien haar mandaat ook zal kunnen uitspreken over de governance van pensioenfondsen, die immers grotendeels bij de sociale partners ligt.

Het zou voor hand liggen om meer onafhankelijke deskundigen in het bestuur van pensioenfondsen te benoemen om daarmee het interne toezicht te versterken. Het aanstellen van een chief risk officer (cro) in de directie van een pensioenfonds zou zeker kunnen helpen om het risicomanagement te verbeteren. Daarnaast kan binnen het bestuur van een pensioenfonds ook een risk committee worden gevormd, dat jaarlijks het risicoprofiel (‘risk appetite’) van het fonds bepaalt. Bovendien moet de deskundigheid van de fondsbestuurders in zijn algemeenheid omhoog. Wellicht moeten wij ook denken aan een examen voor fondsbestuurders vergelijkbaar met het bankiersexamen.

Ten slotte zal de transparantie naar de huidige en toekomstige pensioengerechtigden moeten worden vergroot en ook de positionering van de pensioenfondsen naar alle stakeholders, inclusief de samenleving. Verzekeraars en pensioenfondsen hebben om verschillende redenen een vertrouwensprobleem dat alleen door serieus zelfonderzoek en zelfregulering zal kunnen worden opgelost. Dat zou op korte termijn moeten resulteren in een (nieuwe) Code Verzekeraars en een Code Pensioenfondsen. Het is de hoogste tijd dat niet alleen het vertrouwen in de banken, maar ook in de Nederlandse financiële sector als geheel hersteld wordt. Verder doormodderen leidt tot grotere reputatieschade.

– Sylvester C.W. Eijffinger
Zie Het Financieele Dagblad van 10 oktober 2009