Niet alle banken over een kam scheren

De drieëntwintig grootste zakenbanken, hedgefunds en vermogensbeheerders in de Verenigde Staten betalen hun werknemers komende kerst maar liefst $140 mrd aan bonussen uit, zo bericht de Wall Street Journal recent. Daarmee worden de oude records van 2007 gebroken. Het is duidelijk dat de Amerikaanse financiële instellingen in gebreke blijven bij het vervullen van hun maatschappelijke rol. President Obama heeft aangekondigd dat hij wettelijke stappen gaat ondernemen.

Hebzucht is van alle tijden, en huist in iedereen. In het bedrijfsleven, op de beursvloer en in het bankwezen maakte deze zich de afgelopen jaren zichtbaar van velen meester. Waarom beklimmen bergbeklimmers bergen? Omdat er bergen zijn! Zo is het ook voor sommige zakenbankiers een kick om tot het randje te gaan en daarmee weg te komen. Het antwoord op hebzucht is het verbeteren van het interne toezicht, de governance.

Dat hebzucht op zichzelf goed is voor het draaien van de economie is niet nieuw. De founding father van de economische wetenschap, de Schotse filosoof en theoloog Adam Smith, benadrukte in The Wealth of Nations dat de economie het best functioneerde door het nastreven van eigenbelang en keurde hebzucht daarom niet af.

Vergeten wordt vaak dat diezelfde Smith duidelijke beperkingen en een inbedding voor hebzucht aangaf. Hebzucht moest aan kaders gebonden zijn, anders zou het fout gaan. Smith benadrukte dat de machtsposities ingeperkt moeten zijn. In zijn Theory of Moral Sentiments stelde hij dat markten goed kunnen functioneren, maar dat ze ondersteuning nodig hebben van andere instituties, zoals publieke diensten, en van waarden anders dan de zucht naar winst. Zo kunnen instabiliteit, ongelijkheid en onrechtvaardigheid worden voorkomen.

Het Angelsaksische model heeft lange tijd het individualisme en het nemen van grote risico’s gestimuleerd. De bonuscultuur stimuleerde het nemen van risico’s. Door de Code-Tabaksblat kwam het accent te sterk op de creatie van waarde door aandeelhouders te liggen. De aandacht voor winst op korte termijn van de aandeelhouders is een vorm van hebzucht. Bankiers en topbestuurders werden gedreven tot het nemen van grote risico’s. Zelfs als het mis ging, kregen de topbestuurders een exorbitant hoge beloning. Het lijkt er op, dat het er niet toe doet hoe goed je bent, maar waar je mee weg kunt komen.

Er heerst een tijdgeest waarin men de schaamte voorbij was. Anders dan vroeger is het niet meer duidelijk tot welke stand of klasse je hoort sinds je geboorte. Status is te verwerven en te ontlenen aan inkomen en vermogen. Dat leidt tot enorme competitie en hebzucht. Het verdienen van geld wordt gaandeweg een doel op zich, niet alleen voor de topbestuurder, ook voor de burger die zijn spaargeld naar Icesave en DSB Bank bracht. En hoe rijker de hebzuchtige is, hoe minder bevrediging hij vindt. Wanneer de remmen ontbreken ontaardt de boel in ongestrafte zelfverrijking van bestuurders.

Zelfreflectie en relativering ontbreken. De vraag hoe te handelen is verworden tot een rekensom van rendement versus pakkans. In De Prooi analyseert Jeroen Smit treffend hoe een bank als ABN Amro om kon vallen. Waar het mis ging? Er heerste een governance probleem. Op het moment dat president-commissaris Aarnout Loudon zijn beschermeling Rijkman Groenink als bestuursvoorzitter had aangewezen was er geen zuivere governance meer mogelijk. In de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen ontbraken vanaf toen de checks and balances. Hebzucht was niet meer ingeperkt door governance, Groenink kon zijn gang gaan. Governance maakte plaats voor arrogantie en onwetendheid.

Op welk niveau moet de governance plaatsvinden? Hier geldt het principe van subsidiariteit, dat hogere instanties niet iets moeten doen wat lagere instanties kunnen afhandelen. Voor een bank of bedrijf betekent dit versterking van het interne toezicht. Hoe het niet moet laat Smit aan de hand van ABN Amro zien, waar de Raad van Commissarissen zich bleek te gedragen als een ‘grote rubberen stempel die in principe overal goedkeuring aan geeft’.

Moedige commissarissen zijn gevraagd, die geen klimaat voor misstanden scheppen door teugels te laten vieren, maar managers naar huis sturen wanneer ze alleen met eigen rijkdom bezig zijn. De recente gebeurtenissen bij DSB Bank en de financiële intermediair Afab illustreren wederom het belang van een deskundige en goed functionerende Raad van Commissarissen.

Het rapport ‘Naar herstel van vertrouwen’ van de commissie-Maas benadrukt deze ingrediënten voor een goede basis van een bank: de governance binnen banken moet worden versterkt teneinde een brede en hoogwaardige beheersing van risico’s te waarborgen. Als de fundering niet goed is, zakt het huis in, valt de bank om. De interne toezichthouders moeten deskundig, onafhankelijk, betrokken, en niet in de laatste plaats ook op afstand zijn, teneinde hebzucht goed te kunnen organiseren.

Met de Code Banken, die per 1 januari aanstaande van kracht wordt, geven de Nederlandse bankiers aan dat zij wel hebben geleerd van de financiële crisis en een andere weg inslaan dan hun Amerikaanse collega’s. Niet alle bankiers kunnen over een kam worden geschoren.

– Sylvester Eijffinger
Zie Het Financieele Dagblad van 31 oktober 2009