Wanneer komt er een Europese Alexander Hamilton?

De ECB staat reeds geruime tijd onder stevige kritiek van niet alleen bankiers en economen, maar van burgers en politici. Dat is nieuw, want in het recente verleden is wat de ECB doet steeds met gejuich ontvangen. Beleggers zien nu echter het rendement op hun vastrentende beleggingen wegsmelten. Zij wijken uit naar aandelenbeleggingen maar die zijn nog duurder en riskanter geworden dan ze al waren vanwege de toegenomen onzekerheid over de financiële en economische stabiliteit. De extreem lage rente weerhoudt eurolanden met hoge tekorten en schulden er van hun economieën te hervormen, wat broodnodig is. Kortom, de ECB ondermijnt de financiële stabiliteit en remt structurele hervormingen eerder dan dat zij deze bevordert.

ScreenHunter_10 Nov. 10 15.58

Zijn deze schadelijke neveneffecten, waar velen al eerder voor gewaarschuwd hebben, een weliswaar hoge maar aanvaardbare prijs voor een overigens succesvol monetair beleid, dat wil zeggen, geeft dit beleid de economieën van de EU-landen een zichtbaar positieve impuls? Daar moet een groot vraagteken bij worden gezet. De officiële doelstelling van dit beleid is inmiddels niet meer de economie te stimuleren maar de inflatie op te krikken naar een niveau dicht tegen 2% aan. Dat blijkt niet te lukken.

Ondanks de massale, en recentelijk nog weer opgevoerde, liquiditeitsinjecties gaat de inflatie niet omhoog maar omlaag. Inflatie is een gevolg van te grote vraag in de reële economie. Deze stagneert echter nog momenteel omdat veel bedrijven eerst hun te hoge schuldenlast moeten afbouwen alvorens zij tot investeringen kunnen overgaan. Hier komt bij dat de Chinese groei aanzienlijk is afgevlakt en de olieprijs dramatisch is gedaald. De centrale bank heeft met lage rentes en liquiditeitsinjecties nauwelijks invloed op deze processen. Zij kan de vraag naar goederen en diensten wel faciliteren met ruime liquiditeit, zij kan deze echter niet forceren naar een hoger niveau.

Centrale banken kunnen een te hoge inflatie breken door de rente op te drijven en liquiditeitskrapte te creëren. Zij kunnen echter niet een te lage inflatie omhoog duwen. Dat blijft voorbehouden aan vraag- en aanbodverhoudingen in de reële economie. De ECB geeft nog meer gas, maar de koppeling werkt niet en daardoor komt de auto niet in beweging. De slippende koppeling leidt tot veel rook. De conclusie die hieruit getrokken moet worden is dat de Europese regeringen de volledige verantwoordelijkheid moeten nemen voor het economisch herstel van Europa. Tot nog toe lieten zij teveel de ECB de kastanjes uit het vuur halen. De ECB voelde weer steeds de hete adem van de financiële instellingen in de nek die op haar beurt in het tot voor kort niet weersproken beleid van ECB-president Mario Draghi meende te kunnen geloven.

Natuurlijk moet de ECB krachtig geïnvolveerd blijven met ondersteunend monetair beleid, maar de trekkersrol moet worden overgenomen door de sterke eurolanden, Duitsland, Finland en Nederland voorop. Deze trekkersrol moet de agenda van de Eurogroep, onder leiding van minister Jeroen Dijsselbloem, gaan domineren, met hulp van de Europese Commissie en haar ‘Six Pack’ bevoegdheden. Het gaat in deze rol om méér dan bewaking van Stabiliteits- en Groei Pact. Het gaat om het vaststellen van verantwoorde stimuleringspakketten en belastingmaatregelen van sterke EMU landen als Duitsland en Nederland.

Er was eerder sprake van een Juncker-plan waarbij een uitruil tussen Frankrijk (50 miljard hervormingen) en Duitsland (50 miljard aan stimulering) met investeringen door EIB. Daar is helaas niet veel van terecht gekomen en Europa zit in een patstelling. Het gaat om zwaardere druk op landen als Frankrijk en Italië om de binnenlandse economie te hervormen. Een te vormen presidium binnen de Eurogroep, met de Duitse en Franse ministers van financiën in een hoofdrol vanwege de Duits-Franse as, en daaraan ook permanent toegevoegd ECB-president Draghi, vice-president Vitor Constancio en de voorzitter en één vice-voorzitter van de Europese Commissie zou het gewicht van de Eurogroep moeten verhogen.

De taak van dit presidium zou zijn de Eurogroep, de ECB en de Europese Commissie nauwer te laten samenwerken om goed gecoördineerde stimulerings- en structurele hervormingsmaatregelen door te voeren. Prioriteit heeft dat Duitsland zich een bescheiden begrotingstekort permitteert om meer infrastructurele werken en onderzoeksinvesteringen tot stand te brengen. Dat Nederland dat eveneens doet, met voorlopige ontheffing van het nastreven van een structureel begrotingstekort van 0,5%. Dat deze investeringen tot stand komen afhankelijk van het nakomen door Frankrijk, Italië en andere landen van afgesproken noodzakelijke hervormingen. Dat de ECB in een later stadium de rente weer laat stijgen in een met de Eurogroep gecoördineerd tempo.

Zulke zaken kunnen het best in een klein gremium voorbereid worden. Uiteindelijk zal dit informele presidium kunnen leiden tot een Europese minister van Financiën indien de politieke geesten in de Eurogroep daar rijp voor zijn. De voormalige ECB president Jean-Claude Trichet heeft er vele malen op gewezen dat een EMU niet zonder een begrotingsunie kan functioneren, waarbij een Europese minister van Financiën de logische consequentie zou moeten zijn. Ik vrees dat een Europese Alexander Hamilton (de eerste Amerikaanse minister van Financiën van 1789 tot 1795) nodig zal zijn om de sprong naar een begrotingsunie te nemen.

Wij hebben dan niet alleen over het gemeenschappelijk maken van bestaande en nieuwe overheidsschuld, maar ook over de stringente voorwaarden die aan het nationale begrotingsbeleid opgelegd dienen te worden in termen van ‘balanced budget rules’ voor de nationale overheden. Dit vereist een overdracht van de nationale soevereiniteit naar het Europese niveau en is op dit moment weinig realistisch te noemen. Niettemin is een Europese begrotingsunie op lange termijn de enige structurele oplossing. Het Stabiliteits- en Groei Pact aangevuld met de ‘Six Pack’ bevoegdheden zijn slechts een ‘second best’ oplossing en betekenen dat de Eurogroep van crisis naar crisis zal laveren.

De keuze van het Verenigd Koninkrijk voor een Brexit en de Italiaanse bankencrisis tonen aan dat er weinig voor nodig is om de spanningen binnen de Eurogroep weer te laten oplopen. Daarom zou het buitengewoon verstandig zijn om een informeel presidium op te richten, waarin de Eurogroep, de ECB en de Europese Commissie nauwer samenwerken om goed gecoördineerde stimulerings- en structurele hervormingsmaatregelen door te voeren.

De geschiedenis heeft aangetoond dat het Europees Monetair Stelsel een noodzakelijk fase voorafgaand aan de EMU en dat Europese beleidsmakers en politici ervaring dienen op te doen met het coördineren van hun stimulerings- en structurele hervormingsmaatregelen. Het Europese integratieproces heeft aangetoond altijd een crisis nodig – liefst niet te groot maar ook niet te klein – om de volgende sprong voorwaarts te maken. Dat geldt in het bijzonder voor een Europese begrotingsunie. Wanneer komt er eindelijk een Europese Alexander Hamilton?