De lessen van de kredietcrisis

CHECK THIS FIRST

Discontinued website.

Email Sylvester Eijffinger or the webmaster

= = = = = = = = = = = = = = = =

Langzaam maar zeker beginnen de kruitdampen van de kredietcrisis op te trekken. Het wordt dus tijd om lessen uit deze crisis te trekken. Duidelijk is dat de tijden van zakenbankiers en risicomanagers als ‘the Masters of the Universe’ nu echt voorbij zijn. Wat kunnen bankiers, verzekeraars en financiële toezichthouders van de grootste crisis sinds de grote depressie leren?

Allereerst is duidelijk dat de beloningsstructuur van bankiers en verzekeraars (salarissen, bonussen, opties en ‘golden parachutes’) minder asymmetrisch en meer op de lange termijn gericht moet zijn. Het opwaartse en het neerwaartse risico van de beloningen van topbestuurders dienen zowel symmetrisch als langer dan de eigen zittingstermijn te zijn. Daarbij kan worden gedacht aan negatieve bonussen en aan conditionele opties in geval van te grote risico’s die zich pas gedurende de termijn van de opvolgers manifesteren. Dat betekent dat de Raden van Commissarissen niet meer louter uit oud-topbestuurders moeten bestaan, maar uit deskundige en onafhankelijke leden die voldoende afstand tot de Raden van Bestuur in acht nemen. Dat kan voor topbestuurders op korte termijn wel eens tot lastige discussies leiden, maar geeft op langere termijn binnen de financiële instelling een groter draagvlak voor een gekozen strategie.

Ten tweede hebben de modellen voor risicomanagement die op basis van Basel II zijn ontwikkeld door financiële econometristen de stresstest van de kredietcrisis niet doorstaan. Dat was eigenlijk ook wel te verwachten, omdat, zeker ten tijde van een crisis, ex post risico geen goede benadering is voor ex ante onzekerheid. Bovendien zijn de dikke staarten en de scheefheid van de verdeling van (verwachte) rendementen tijdens deze crisis belangrijker gebleken dan het gemiddelde en de variantie. The devil was in the tail! Hopelijk leidt dit onvermogen van de econometristen en risicomanagers om de echte onzekerheden in kaart te brengen weer tot een herwaardering voor bankiers en economen.

Ten derde is het inmiddels duidelijk geworden dat de nationale centrale banken en toezichthouders veel dichter op de bal moeten spelen. De beoordeling van het risico en onzekerheid kunnen zij niet overlaten aan de topbestuurders, die de modellen niet begrijpen en altijd zullen streven naar hogere rendementen en de daaraan verbonden risico’s. Hierbij denk ik niet zozeer aan een stringenter, maar veeleer aan een slimmere vormgeving van het financiële toezicht. Uit de niet-coöperatieve speltheorie weten hoe belangrijk begrippen als ‘constructive ambiguity’ en ‘incentive compatibility’ bij de institutionele vormgeving van het toezicht kunnen zijn.

Ten vierde heeft de kredietcrisis aangetoond dat het Amerikaanse toezicht volstrekt niet toereikend is geweest en dat het Europese toezicht op banken en verzekeraars ook aan een nieuwe sprong voorwaarts toe is. De Amerikaanse politici hebben hopelijk hun dure en harde lessen geleerd. Zij zullen het toezicht drastisch moeten stroomlijnen. Daarbij zal het Federal Reserve System ongetwijfeld een grotere rol toebedeeld gaan krijgen.

Ook de Europese politici zullen het eens moeten worden over een Europese federale toezichthouder voor grensoverschrijdend bankieren en verzekeren. Daarbij zullen uiteraard de nationale centrale banken en toezichthouders blijven bestaan, vanwege hun inzicht in en voeling met de lokale financiële instellingen en markten. Dan zal het ook mogelijk om een Europees financieel vangnet te construeren dat verder gaat dan ‘Memoranda of Understanding’. Europa heeft altijd een crisis nodig om een sprong voorwaarts te maken. Als de kredietcrisis als een ‘wake-up call’ fungeert, is deze crisis niet tevergeefs geweest.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar Financiële Economie aan de Universiteit van Tilburg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *