Onafhankelijkheidheid centrale banken ligt onder vuur

Als er ooit onafhankelijke centrale banken nodig waren sinds Paul Volcker als voorzitter van de Federal Reserve System (Fed) de Grote Inflatie van de jaren zeventig brak, dan is dat nu wel. Het financiële systeem is van ondergang gered en een globale depressie is afgewend door een extreem expansief monetair beleid van de Fed en andere centrale banken. Het grote gevaar is dat de centrale banken te laat de beleidsrente zullen optrekken, pas wanneer de economie hersteld is, en zo de inflatie vrij spel geven. Onafhankelijke centrale banken zijn van cruciaal belang voor prijsstabiliteit. Talloze onderzoeken wijzen uit dat de inflatie in een land of valutagebied laag is en weinig schommelt als de centrale bank onafhankelijk is.

Europese en Amerikaanse politici zou hogere inflatie goed uitkomen. Inflatie doet een deel van de staatsschulden verdampen. Juist in deze cruciale tijden zijn of worden de hoofdrolspelers vervangen. Gezien de manier waarop dat reeds is gebeurd en de voortekenen voor de toekomstige vervangingen is er alle reden om bezorgd te zijn. Dat geldt vooral voor de VS en minder voor de eurozone.

Eerder dit jaar werd Ben Bernanke, de huidige voorzitter van de Fed, voor een nieuwe termijn van vier jaar benoemd. Dat gebeurde nadat hij zich erg coöperatief heeft opgesteld naar de Amerikaanse politici toe. In de eerste jaren onder Bernanke is de onafhankelijkheid van de centrale bank zeker verminderd. Ofwel: Bernanke is herbenoemd omdát hij de onafhankelijkheid van de Fed heeft weggegeven.

Binnenkort benoemt de Amerikaanse president Barack Obama nog een zwaargewicht, de vice-voorzitter van de Fed. Ook is Obama van plan twee van de zeven bestuurszetels eindelijk op te vullen. Het Fed-bestuur, dat uit zeven gouverneurs bestaat, telt al jaren slechts vijf leden, door het politieke gesteggel. Volgend jaar moet nog een gouverneur van de Fed opstappen omdat zijn wettelijke termijn verstrijkt. Daarnaast heeft Obama al een gouverneur benoemd. Wanneer Obama die nieuwe bestuurders voordraagt, zal hij dus in totaal zes van de zeven gouverneurs van de Fed hebben benoemd, nauwelijks twee jaar na zijn aantreden.

Obama is intelligent genoeg om te weten dat hij meer zogeheten ‘duiven’ in het Fed-bestuur moet hebben. ‘Duiven’ zijn centrale bankiers die minder zwaar hechten aan het bestrijden van inflatie en voorrang geven aan het stimuleren van de economie op korte termijn. Haviken zijn centrale bankiers voor wie juist inflatie bestrijden de hoogste prioriteit geniet.

Waar Obama niets over te zeggen heeft zijn de presidenten van de regionale centrale banken in de VS. Die zijn belangrijk, omdat vijf van hen ook stemrecht hebben binnen het beleidsbepalende Federal Open Market Committee (FOMC). Doorgaans zijn die regionale Fed-presidenten meer havikachtig. Het is niet voor niets dat de eerste Fed-bestuurder die onlangs openlijk voor renteverhogingen pleitte Thomas Hoenig is en dat een andere, Charles Plosser, ook duidelijk zegt dat de Fed moet beginnen met de rente te verhogen om hogere inflatie in de nabije toekomst in de kiem te smoren. Beiden zijn regionale Fed-president.

Wie de president van een regionale centrale bank in de VS wordt, bepaalt die regionale centrale bank zelf. Maar die moet kiezen uit enkele kandidaten die goedgekeurd moeten worden door het Fed-bestuur. Er is een groot gevaar dat de voornamelijk door Obama benoemde bestuursleden in Washington DC bij nieuwe benoemingen van de regionale Fed-presidenten alleen duiven als opties aandragen.

Wat in dit opzicht heel vreemd is, is dat Paul Volcker het allemaal laat gebeuren. Volcker is één van de voornaamste adviseurs van president Obama. Hij is wel bezorgd. Eind vorig jaar zei hij in een interview tegen een van de ondergetekenden dat hij zich grote zorgen maakt over de onafhankelijke positie van de Fed. Die ligt volgens hem onder het zwaarste vuur sinds de jaren vijftig. Blijkbaar zijn de krachten die de Fed meer onder de vleugels van politici willen brengen veel sterker dan de bijna 83-jarige legendarische ex-voorzitter van de Fed.

Ook in Europa is het een komen en gaan van centrale bankiers. Eind mei zwaait de Griek Lucas Papademos, vice-president van de Europese Centrale Bank (ECB), af. Zijn opvolger komt uit Portugal, niet bepaald een land met een lange traditie van onafhankelijke centrale bankiers. Volgend jaar moet ook de president, de Fransman Jean-Claude Trichet, afscheid nemen. Bovendien komt er nog een plek vrij in het dagelijks bestuur van de ECB, waar de eurolanden zeker om gaan vechten. Hoewel de leden van het dagelijks bestuur in beginsel alleen op grond van expertise en reputatie benoemd worden, hebben de grote vier eurolanden in het verleden altijd een bestuurszetel opgeëist. Het land dat achter de bestuurstafel zit, heeft immers met de nationale centrale bankpresident een dubbele stem en daardoor meer invloed.

Waarom zou Nederland als middelgroot land met een (nog steeds) relatief grote financiële sector niet een zetel in het dagelijks bestuur opeisen? Zeker na de benoeming van de Belg Herman van Rompuy tot president van de Europese Raad is dit aan de orde.

Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic
Zie het Fuinancieel Dagblad van 17 april 2010