Middenpartijen niet in staat tot antwoorden op de onzekerheden van deze tijd

Het vertrouwen in het politieke leiderschap is in Europa en Nederland nog nooit zo laag geweest als in deze tijd. Ons continent en land zijn angstig en in zichzelf gekeerd geworden. Door het proces van globalisering zijn oude zekerheden verdwenen. Nieuwe bedreigingen zijn daarvoor in de plaats gekomen, zoals de voortslepende eurocrisis en de dreigende tweede recessie. Dat geeft populisme en polarisatie vrij spel in de politieke arena. Hoe heeft het zover kunnen komen en hoe kan het vertrouwen in het politieke leiderschap in Europa en Nederland teruggewonnen worden in deze verwarrende tijden?

Het politieke landschap in ons land is gefragmenteerd en instabiel geworden. De middenpartijen (VVD, PvdA, CDA, D66 en GroenLinks) lijken niet meer in staat om heldere antwoorden op de problemen van globalisering te geven. Zij als middenpartijen zijn niet in staat gebleken een kabinet te vormen. Extreemlinks en -rechts (SP en PVV) hebben het electoraat uit het midden weggezogen met hun beloften om de verworven rechten te handhaven.

Zij bieden simplistische en irrealistische oplossingen.

De middenklasse is angstig en onzeker en voelt zich bedreigd en niet beschermd door de politieke en bestuurlijke elite. De lagere klassen genieten nog steeds bescherming door de verzorgingsstaat, ook al is het sociale vangnet aan erosie onderhevig. De hogere klassen hebben een sterke positie op de arbeidsmarkt en zijn in staat zichzelf goed te beschermen.

Het onbehagen van de middenklasse wordt versterkt door het weinig empathische en soms regentesk gedrag van de elite, waarbij er regelmatig gevallen van zelfverrijking opduiken.

Het proces van globalisering legt de onzekerheden en bedreigingen vooral bij de middenklasse.

Gebeurtenissen als de kredietcrisis, de grote recessie, de escalerende eurocrisis en de Amerikaanse schuldencrisis hebben dat onderliggende proces weliswaar versterkt, maar angst en onzekerheid begonnen al eerder de kop op te steken. De middenklasse is conservatief en wil zijn rechten behouden. Men heeft een koophuis en/of een tweede auto en wil daar geen afstand van doen. Men wil geen afkalvende pensioenen of sociale zekerheid.

Door de globalisering verdwijnen banen, in het bijzonder bij de middenklasse. De zorg wordt duurder en het onderwijs slechter.

De belastingverhogingen en andere lastenverzwaringen komen onevenredig zwaar bij de middenklasse terecht, die dat niet meer accepteert en in opstand komt.

In elke westerse democratie is dit proces gaande. Politiek en maatschappelijk vertaalt de onvrede zich in ‘de muitende middenklasse’.

De politieke en bestuurlijke elite in ons land schijnt er niet in te slagen de harten en hoofden van de hardwerkende en belastingbetalende middenklasse te veroveren. De middenklasse voelt zich in de steek gelaten en is daarom aan het muiten geslagen in Nederland en ook op het oude continent.

Omdat de middenpartijen niet in staat zijn consistente en duidelijke antwoorden te formuleren op de onzekerheden en bedreigingen van deze tijd, trekt de middenklasse electoraal naar de extremen van het politieke spectrum.

Maar wie zijn heil zoekt bij extreemlinks of -rechts komt bedrogen uit. ‘Les extrêmes se touchent’ zeggen de Fransen en daarmee bedoelen zij dat de extremen sterk op elkaar lijken. Als men de voorkeuren van stemmers op de SP en PVV vergelijkt, dan zijn er volgens het empirisch onderzoek van mijn Tilburgse collega Diederik Stapel opvallende overeenkomsten. Recentelijk werd dit bevestigd door de houding van de beide extreme partijen met betrekking tot de euro die ingegeven wordt door de afkeer van hun stemmers van Europa.

Gedreven door angst en onzekerheid stemt men vooral emotioneel en gaat men rationeel gezien tegen het eigenbelang in, omdat deze beide partijen uiteindelijk geen houdbare oplossingen bieden. Daarom is er, om met de socioloog Max Weber te spreken, een grote behoefte aan ‘Hoffnungsträger’, persoonlijkheden die de burger hoop kunnen geven. Deze dragers van hoop zijn schaars, maar komen vaak in tijden van crises naar voren. President Barack Obama was bij zijn aantreden een voorbeeld van een dergelijke drager van hoop (‘yes, we can’), maar is inmiddels vermalen in de verbeten strijd tussen de Democraten en Republikeinen.

De hoop heeft plaats gemaakt voor het ideologisch gedreven conservatisme van de Tea Party. Ooit dacht ik dat Angela Merkel hiertoe zou kunnen uitgroeien, maar zij straalt weinig hoop meer uit. Waar zijn onze dragers van hoop in de politiek, het openbaar bestuur en bedrijfsleven?

Hoe dienen onze middenpartijen de leegte van het populisme en de onverantwoordelijkheid van de polarisatie te bestrijden?

Door de inhoud van hun oplossingen en de moed van de leidende persoonlijkheden. Politieke inhoud en moed mogen dan een schaars goed zijn, ons land heeft er nu meer dan ooit behoefte aan.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar Financiële Economie aan de Universiteit van Tilburg, lid van het Monetaire Experts Panel van het Europees Parlement en gasthoogleraar aan Harvard University in 2003 en 2008 in Cambridge, MA.

(Het negende essay uit de Essayreeks ‘Vertrouwen’ van Het Financieele Dagblad).

Dit bericht is geplaatst in FD Essays, internationale economie, kredietcrisis, macroeconomie, politiek, Sylvester. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *