Levensvatbare euro vereist een scherper en dwingender Stabiliteits- en Groeipact

Griekse crisis biedt uitzicht op meer politieke integratie
In de eerste weken nadat Griekenland in problemen kwam klonk hier en daar de beschuldiging dat Duitsland veel te stil was. Dat kon het grootste en belangrijkste euroland niet maken. Die beschuldiging kan nu niet meer worden geuit. Uit Berlijn kwam onlangs het voorstel een Europees Monetair Fonds (EMF) op te richten om toekomstige soortgelijke crises binnen de eurozone te voorkomen en om wat rust te brengen in de huidige crisis.

De reacties lopen uiteen van volledige instemming (vooral onder politici) tot totale afwijzing (Duitse centrale bankiers). Opmerkelijk daarbij is dat het voorstel uit Duitsland komt en dat de Franse minister van financiën niet erg warm reageerde. Dat is opmerkelijk omdat in de afgelopen decennia juist Frankrijk diverse voorstellen deed voor de vorming van een soort Europese economische regering en Duitsland dat keer op keer afwees.

Het voorstel is gedaan omdat al lang duidelijk is dat een muntunie zonder een mechanisme voor begrotingscoördinatie tussen de lidstaten geen lang leven is beschoren. Het voortbestaan van de euro en de Europese Monetaire Unie op de lange termijn komt continue in gevaar zolang zo’n mechanisme niet bestaat. De euro is, mits stabiel en sterk zoals de gulden en de mark ervoor en mits alle euro-landen zich aan de regels houden, goed voor welvaart en stabiliteit in alle deelnemende landen. Dat is de belangrijkste reden waarom er alles aan gedaan moet worden om de Europese muntunie tot een succes te maken, ondanks de talloze fouten die zijn gemaakt in de aanloop naar de oprichting ervan en ook daarna.

Het idee voor het EMF is niet nieuw. In 1978 werd daar al over gesproken. Er kwam niets van terecht omdat de verschillen tussen het noorden en zuiden in Europa te groot waren. De centrale bankiers uit Duitsland, Nederland en enkele andere landen waren mordicus tegen, vanwege het moral hazard-probleem – het opstrijken van een beloning zonder daar wat voor te hoeven doen. Dat ligt nu, ruim dertig jaar later, niet veel anders.

Er zijn twee grote nadelen verbonden aan het EMF-voorstel. In de eerste plaats lijkt het er sterk op dat de landen die zich sinds de komst van de euro weinig tot niets van de Europese afspraken over overheidsfinanciën hebben aangetrokken, toch beloond worden (moral hazard). Het tweede is dat een wijziging van het Verdrag van de Europese Unie nodig is. Na het langdurige en pijnlijke proces van ratificatie van het Verdrag van Lissabon, wat uiteindelijk moeizaam lukte, is nog een verdragswijziging wel het laatste wat Brussel wil.

Het goede nieuws is dat het wel degelijk mogelijk is die valkuilen te vermijden. Wat wel kan werken is de zogeheten kortetermijnfaciliteit voor landen die een liquiditeitsprobleem hebben of dreigen te krijgen, zoals Griekenland momenteel. Die faciliteit, met een maximale looptijd van drie maanden, zou door de Europese Centrale Bank (ECB) uitgevoerd moeten worden. Een euroland zou niet zomaar toegang tot die faciliteit kunnen krijgen maar alleen in ruil voor structurele oplossingen. Of dat voldoende gebeurt zou de Europese Commissie moeten beoordelen. Afhankelijk van dat oordeel zou de ECB vervolgens de opdracht krijgen de faciliteit wel of niet te verlenen. Als het land zich houdt aan de afspraken – wat betekent dat het de vereiste maatregelen neemt en structurele hervormingen in gang zet – kan de faciliteit verlengd worden, echter steeds met een looptijd van drie maanden.

Zo houdt Europa een stevige stok achter de deur om discipline af te dwingen. Immers, bij het oordeel van een land dat zich niet houdt aan de afspraken komt de faciliteit te vervallen. Een ander voordeel is dat speculatie tegen dat land in één keer onaantrekkelijk zou worden. Dat betekent weer dat de langetermijnrentes zouden dalen, wat het land in problemen financiële lucht zou geven om orde op zaken te stellen. Een ander groot voordeel is dat hiervoor geen verdragswijziging nodig is.

Griekenland nu helpen, binnenkort waarschijnlijk gevolgd door andere tikkende tijdbommen in de eurozone, zal linksom of rechtsom moeten gebeuren, omwille van het voortbestaan van de euro. De huidige crisis biedt een uitstekende kans om het tweede deel van de hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact te implementeren. In 2005 is het pact aangepast in de zin dat de monitoring is verbeterd. Het is nu tijd om de grote omissie van toen te herstellen, namelijk het niet verbeteren van de afdwingbaarheid.

De crisis biedt een mooie kans op verdere politieke integratie om de levensvatbaarheid van de euro via een achterdeur te bewerkstelligen. Die ontwikkeling zou sporen met de loop van de geschiedenis. Europa heeft altijd diepe crises nodig gehad om vooruit te komen.

– Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic

Zie Het Financieele Dagblad van 19 maart 2010