Harvard: It’s a way of life

Mijn column van 7 mei 2008, toen ik voor de tweede keer gasthoogleraar was aan Harvard

Na vijf jaren afwezigheid keer ik weer als gasthoogleraar terug bij Harvard University of, zoals mijn vriend Ben Friedman dat treffend noemt, ‘my home in America’. Het lijkt net of de tijd daar stil heeft gestaan, terwijl dit toch geen gezapige universiteit is. De meeste gebouwen staan er al sinds de Amerikaanse burgeroorlog, dus anderhalve eeuw. Ook de tophoogleraren zijn er nog steeds dezelfde, zij het met wat meer grijze haren.

In de VS bestaat er geen verplichte pensioenleeftijd voor hoogleraren vanwege het verbod op ‘age discrimination’. Het is dus niet ongewoon dat hoogleraren na hun zeventigste nog gewoon college’s of seminars geven. Jim Duesenberry gaf zelfs na zijn tachtigste nog college. Dat is wat andere koek dan in Europa, waar sommigen al op hun vijftigste naar hun pensioen uitkijken.

Naast deze grijze eminenties lopen er ook jongere associate en assistant professors rond, die zich nog moeten bewijzen in de wetenschap. Velen van hen zullen hier geen tenure krijgen, omdat zij niet goed genoeg zijn. Bij Harvard krijgt slechts een op de drie of vier tenure tracks een vaste aanstelling, zoals dat een topuniversiteit betaamt.

De eerste dag gaat op aan het afhalen van mijn Harvard ID, die geldig is tot eind oktober 2014, het aanmaken van mijn Harvard email en het betrekken van mijn office. Het ritme is daarna weer snel opgepakt. Maandag is mijn wekelijkse seminar voor de staf en studenten, dat dit keer gaat over ‘central bank transparency and communication’. Dit onderzoeksgebied is vooral door Europese wetenschappers ontwikkeld, waarvan sommigen inmiddels bij Amerikaanse topuniversiteiten werken.

Men is zeer geinteresseerd in dit onderwerp, maar het valt mij op dat de meeste economen hier toch denken dat meer transparantie en communicatie ook altijd beter is. Dat geeft aanleiding tot fundamentele discussies over de mate van onzekerheid, de mogelijke overdaad aan informatie en verwarring. Harvard economen menen dat zij de ‘preservers of the profession’ zijn en daarom het recht hebben om elke inzicht uit de literatuur ter discussie te stellen. Dat mag wel eens vermoeidend schijnen, maar resulteert wel in scherpere conclusies en betere papers.

Dat betekent niet alleen dat visitors als ik op hun tenen moeten lopen, maar dat geldt ook voor henzelf. Elk college of seminar is een toets hoe goed je nu werkelijk in jouw discipline bent. Daarom is Harvard ook een echte topuniversiteit en fungeert als een soort spiegel voor ieders eigen kwaliteit. Op de wekelijkse Faculty lunch op de bovenste verdieping van Littauer – het domein van het Economics Department – wordt nauwelijks over administratieve zaken gesproken en vrijwel alleen over onderzoek. Aan elke tafel discussieren collega’s over actuele en relevante problemen, waarbij direct een model wordt geschetst dat deze problemen analyseert en oplost.

Het is hier geen ivoren toren economie, zoals vaak bij Europese universiteiten het geval is. Dat heeft ook te maken met de mobiliteit van de economen hier, die als chief economist bij het IMF of Wereldbank of bij de Council of Economic Advisers werkzaam zijn geweest. Dat blijft maar doorgaan. Kortom, Harvard is ‘a way of life’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *