Experiment met financiering wetenschappelijk onderzoek de moeite waard

Het Economenpanel van MeJudice vindt in meerderheid dat de toewijzing van fondsen voor wetenschappelijk onderzoek bureaucratisch en nodeloos kostbaar is. De economen vinden een experiment waarbij de fondsen worden toegewezen via individuele beslissingen van wetenschappers de moeite waard: marktwerking in onverdunde vorm in de wetenschap.

Toelichting op de ‘wisdom of the crowd’ in de wetenschap
In de wetenschap, of dit nu in Europa of in de VS plaats vindt, zoeken wetenschappers naarstig naar geld voor onderzoek. ‘Funding or famine’ zo luidt het adagium. Niet alleen is de slagingskans bij wetenschappelijke fondsen – zoals NWO – erg laag, het kost onderzoekers veel tijd om voorstellen te schrijven en het kost referenten op hun beurt veel tijd om deze (onbezoldigd) te beoordelen. De Nederlanders Bollen (Indiana University) en Scheffer (Wageningen) hebben zich geworpen op een alternatief dat veel van de bureaucratische rompslomp vermijdt en de kennis en inzichten van de wetenschappelijke ‘crowd’ inschakelt (zie artikel in Science, 13 april 2017).

Zij stellen voor om het onderzoeksbudget gelijk te verdelen onder wetenschappers verbonden aan universiteiten. In het geval van Nederland komt dit neer op 30.000 euro per onderzoeker, en 100.000 in de VS. Men hoeft dus niet meer voorstellen in te dienen en één of twee jaar te wachten voor men aan de slag kan, maar de enige spelregel is dat men ieder jaar een vast percentage moet doneren aan de wetenschappers die zij respecteren en geld uit ‘hun’ onderzoekspotje waard vinden.

Om keuzes mogelijk te maken staan onderzoekers op een website waar hun werk op staat, evenals hun visie en toekomstplannen. Uiteraard moet in de praktijk vriendjespolitiek vermeden worden en kan bijvoorbeeld niet aan naaste collega’s of co-auteurs geld worden gedoneerd. Op basis van simulaties – waarbij de stelregel is gehanteerd dat onderzoekers 50% van hun fonds moeten doneren – blijkt dat de allocatie van geld niet wezenlijk anders is dan hoe het nu via NWO geschiedt, maar uiteraard dan zonder de bureaucratische kosten. Omdat hier marktwerking in onverdunde vorm in de wetenschap wordt voorgesteld leek het MeJudice een goed idee om in samenwerking met Bollen en Scheffer dit idee te toetsen.

Hieronder volgen de drie stellingen die MeJudice aan het Economenpanel voorlegde, met aansluitend mijn commentaar.

Stelling 1
De collectieve rationaliteit van individuele wetenschappers om onderzoeksgeld te investeren werkt net zo goed als de rationaliteit van wetenschappers verzameld in commissies van nationale wetenschappelijke onderzoeksorganisaties.
Ik ben het daar zeer mee eens. In commissies van nationale wetenschappelijke organisaties spelen vriendjespolitiek en niet-wetenschappelijke overwegingen helaas ook een belangrijke rol omdat Nederland te klein is voor een objectief proces van wetenschappelijke evaluatie zoals in de VS.

Stelling 2
De allocatie van geld voor wetenschappelijk onderzoek in Nederland gaat gepaard met hoge (bureaucratische) kosten voor zowel indieners als referenten.
Ik ben het daar zeer mee eens. Uit mijn ervaring als indiener en referent blijken de transactiekosten in zowel geld als tijd zeer hoog te zijn hetgeen leidt tot een adverse selection van mindere onderzoekers met lagere opportunity costs die wel bereid zijn deze kosten op te brengen.

Stelling 3
Een organisatie als NWO doet er goed aan om een experiment uit te voeren waarbij het onderzoeksgeld via individuele beslissingen van wetenschappers wordt verdeeld (à la het Bollen/Scheffer voorstel).
Ik ben het daar zeer meer eens. Een experiment waarbij het onderzoeksgeld via individuele beslissingen van wetenschappers worden verdeeld lijkt mij zeer de moeite waard, maar zal uiteindelijk bij gebleken succes het bestaansrecht van wetenschappelijke organisaties als NWO ondergraven.

Zie ook de website van MeJudice

Dit bericht is geplaatst in AOW, belasting, CPB, macroeconomie, MeJudice, Nederland, pensioen, politiek, Sylvester. Bookmark de permalink.