Economisme is een nietszeggende term

(universonline) – ‘Economisme’ is de sleutelterm van GroenLinks-voorman en nieuwe politieke wonderboy Jesse Klaver. Een nieuw ideologisch modewoordje om het grote ‘kwaad’ te duiden, of een aanduiding van een reëel probleem? we vroegen het onze tophoogleraar financiële economie, Sylvester Eijffinger.

Vijf kenteken1. Wat dacht u, toen u de term economisme hoorde? Moeten we het daar echt over hebben?
2. Nou, de term zingt rond, zoals dat heet. Wat denkt u ervan?
Ach ja, die Jesse Klaver is een handige jongen. Mag ik dan nog heel even refereren aan het tv-programma van Arjen Lubach, die zo scherp neerzette dat Klaver alles van Obama heeft gejat? Ter zake: ik vind economisme een nietszeggende term. Als ik het goed begrijp, is economisme een negatieve aanduiding voor te veel economie en te veel economen, terwijl er ook andere waarden gelden. Laat ik voorop stellen: de financiële crisis sinds het ineenstorten van Lehman Brothers was en is nog steeds serieus. Geen wonder en ook niet onterecht dat economen dan het publieke debat domineren.

3. Economen zijn dus geen cijferfetisjisten en neoliberale tunneldenkers die vastzitten in hun econometrische modellen?
Welnee! Mensen vergeten vaak dat Adam Smith, grondlegger van de economie, een boek schreef over zowel de economie als de moraalfilosofie. En die zijn niet los van elkaar te denken. Zoals ook onze Martinus Cobbenhagen priester én econoom was. Zij hadden oog voor de ‘moral hazard’ dat de cijfers alleen niet zaligmakend zijn.

4. Bent u het dan ook niet een beetje eens met Klaver dat politiek tegenwoordig wordt gereduceerd tot management van het telraam?
Toch wel voor een deel, maar daar gaan de Vijf kentekenbetere economen evengoed tegenin. Kijk, met tellen is niets mis, maar je moet wel weten wat je telt en daarom moet je ook voorbij het gehanteerde model kunnen denken. Neem de briljante Harvard-wetenschapper Philippe Aghion van de ‘endogene groeitheorie’. Die stelde empirisch vast dat investering in Research & Development en onderwijs zich uitbetaalt in een hogere productiviteit. Dat wordt echter nooit meegewogen in de doorrekeningen van bijvoorbeeld de CPB, omdat ze daar niet weten hoe ze dat in de modellen moeten vervatten.

5. En dat leidt tot kortzichtig beleid?
Jazeker. Je ziet dat partijen als SP en PVV handig aan de knoppen draaien en zo uit de bus komen als partijen die het financieel op orde hebben. Dat is narrow minded gedacht. Partijen als D66 en CDA investeren daarentegen in onderzoek en onderwijs en dat lijkt misschien duurder, maar levert juist winst op.

(Zie hier de pdf en hier de jpg)

Dit bericht is geplaatst in CPB, Harvard, internationale economie, macroeconomie, Nederland, politiek, Sylvester, Vijf van Eijff. Bookmark de permalink.