Economenpanel MeJudice duidt flexibilisering arbeidsmarkt

Het Economenpanel van MeJudice boog zich over de flexibilisering van de arbeidsmarkt, die sinds het begin van deze eeuw sterk toegenomen. Het gaat hierbij enerzijds om een groeiend aantal werkenden met een flexibel dienstverband, zoals een tijdelijk contract, uitzendrelatie of oproepkracht, en anderzijds om de zogenaamde zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). In 2000 behoorde een op de vier werkenden tot de flexibele schil, inmiddels is dit al twee op de vijf. Hieronder vindt u de vier stellingen van MeJudice met aansluitend mijn commentaar.

Stelling 1
Flexibilisering van de arbeidsmarkt is een onvermijdelijk gevolg van globalisering en technologische ontwikkeling.
Ik ben het daar zeer mee eens. Door de digitalisering van de samenleving worden moeten werknemers zich er instellen op dat robotisering en kunstmatige intelligentie een toenemende rol gaan spelen (fintech, legaltech, audittech, etc.) waarbij vele beroepen en functies verdwijnen.

Stelling 2
De groei van flexibel werk in Nederland wordt vooral veroorzaakt door het grote verschil in (ontslag)bescherming tussen vaste en tijdelijke contracten.
Ik ben het daar zeer mee eens. Het grote verschil in (ontslag)bescherming tussen vaste en tijdelijke contracten leidt tot een segmentering van de arbeidsmarkt waarbij er onvoldoende arbitrage tussen de verschillende segmenten van de arbeidsmarkt is hetgeen schadelijk is voor de groei.

Stelling 3
Flexibilisering leidt tot een ongewenste tweedeling van de arbeidsmarkt, waarbij werk- en inkomensonzekerheid grotendeels door de flexwerkers wordt gedragen.
Ik ben het daar mee eens. Flexwerkers dragen op dit moment onvoldoende pensioenpremies en sociale premies af maar zullen uiteindelijke bij pensioen, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid tooch een beroep doen op de overheid. Daarom moeten flexwerkers die premies volledig afdragen.

Stelling 4
De beste manier om een tweedeling tussen vaste krachten en flexwerkers te voorkomen is de introductie van een contract waarbij de ontslagbescherming van een werknemer geleidelijk oploopt met het aantal dienstjaren.
Ik ben het daar mee eens. Ik ben voorstander van het Deense model waarbij niet de baan of functie maar de werknemers worden beschermd door een snelle omscholing met een werkloosheidsuitkering naar die banen en functies waaraan behoefte aan bestaat met een baan- of functiegarantie.

Lees meer op de website van MeJudice

Dit bericht is geplaatst in AOW, arbeidsmarkt, belasting, macroeconomie, MeJudice, Nederland, pensioen, politiek, Sylvester. Bookmark de permalink.