Cultuuromslag commissarissen DNB essentieel

Perk aansprakelijkheid DNB in
Het rapport van de commissie-Scheltema heeft een ware inquisitie losgemaakt in de Tweede Kamer. Alle pijlen richten zich op Nout Wellink, president van de Nederlandsche Bank (DNB), en de discussie gaat over slechts één vraag: moet Wellink de eer aan zichzelf houden en aftreden? Zoals inmiddels algemeen bekend is, kan de bankpresident op grond van de Bankwet niet tot aftreden gedwongen worden.

Dat de discussie nu over de positie van Wellink gaat, is in monetair en financieel opzicht schadelijk voor Nederland. In de eerste plaats maakt het parlement zich schuldig aan praktijken die we altijd veroordelen in andere landen, namelijk dat politici de aanval openen op de onafhankelijkheid van de centrale bank.

Het is niet voor niets dat we de onafhankelijkheid van de centrale banken als heilig beschouwen. In de afgelopen decennia is keer op keer aangetoond dat de centrale bank voor de beste resultaten zorgt als politici geen greep op hun functioneren hebben.

De discussie zoals die nu in Nederland wordt gevoerd is buitengewoon schadelijk voor de positie van DNB. Als Wellink de wens van veel financieel woordvoerders uit de Tweede Kamer zou inwilligen en zou aftreden, dan zou dat de onafhankelijkheid van DNB voor decennia aantasten. De wond zou heel moeilijk helen.

Bij DNB zijn de afgelopen jaren fouten gemaakt op het gebied van toezicht; dat heeft de commissie Scheltema op overtuigende wijze aangetoond. DSB Bank had geen volledige bankvergunning mogen krijgen in 2005 zonder aanvullende voorwaarden op het gebied van governance (intern toezicht), en het toezicht op de bank faalde daarna vooral omdat DNB te veel vertrouwde op het fatsoen van de ‘bankiers’ uit Wognum.

De discussie moet daarom gaan over hoe te voorkomen dat een dergelijke deconfiture in de toekomst nogmaals kan plaatsvinden en hoe de toezichthouder voldoende zelfreinigend kan worden.

Om de oplossing te vinden moet eerst worden nagegaan waardoor de geconstateerde fouten zijn gemaakt. Dat zal ongetwijfeld voor een deel met de heersende cultuur binnen DNB te maken hebben. Te lang heeft de toezichthouder vertrouwd op de blauwe ogen van de Nederlandse bankiers. Het is ook maar de vraag of allerlei complexe producten waarmee de balansen van die banken volgeladen waren, goed begrepen zijn door de toezichthouder.

Maar wie denkt dat dát besef niet is doorgedrongen tot het Frederiksplein, onderschat de Nederlandsche Bank. Achter die mysterieuze muren is die harde les inmiddels tot iedereen doorgedrongen, van de president tot de jongste medewerker op afdeling toezicht.

De vervolgvraag is wáárom DNB niet eerder heeft ingegrepen en bij het toezicht een legalistisch standpunt heeft ingenomen. Niet alleen bij DSB maar ook bijvoorbeeld in het geval van Icesave of de perikelen rond de overnamestrijd over ABN Amro en de dreigende claims door hedgefondsen als TCI.

Daar komt de echte aap uit de mouw. Het is niet zozeer de onkunde van de medewerkers van DNB maar iets anders, waar de Tweede Kamer als enige wel iets aan kan doen. Wat namelijk in al die gevallen als het zwaard van Damocles boven DNB hing, is de wettelijke aansprakelijkheid van DNB. Een enkele foute inschatting en de discretionaire ingreep op basis daarvan kunnen DNB en daarmee de Nederlandse overheid fataal worden.

Om te voorkomen dat Nederland over een paar jaar weer wordt geconfronteerd met een vergelijkbare deconfiture van een Nederlandse bank moet de aansprakelijkheid van DNB serieus worden beperkt. Daardoor zou DNB zonder vrees zijn tanden kunnen laten zien en van een tandeloze in een met scherpe tanden rondlopende toezichthouder
veranderen, die iedereen vreest.

Tot slot is er nog één cruciale verandering nodig. Het is haast onmogelijk het belang van een onafhankelijke centrale bank te overschatten. Maar die medaille heeft ook een andere kant.

DNB of welke andere centrale bank dan ook functioneert niet buiten de maatschappij, maar maakt er onderdeel van uit. En omdat wat de centrale banken zoals de Nederlandsche Bank doen iedereen raakt in zijn dagelijkse leven, is de keerzijde van onafhankelijkheid de democratische verantwoording aan de politiek en de burgers.

DNB moet de ruimte krijgen om niet bang te zijn een foutje te maken, maar de toezichthouder moet zelf ook onder toezicht staan. Dat kan alleen maar opgelost worden door het interne toezicht binnen DNB te versterken op een gelijke wijze als dat voor de commerciële banken dient te gebeuren.

Waar wij voor pleiten is dat DNB in op zijn minst één opzicht meer gaat lijken op de banken waarop die toezicht houdt. DNB kent nu een raad van commissarissen die echter alleen de naam gemeen heeft met een raad van commissarissen van een commerciële bank. Deze raad ziet toe op het beheer van DNB en de algemene gang van zaken bij de vennootschap.

Dat moet anders. De commissarissen moeten veel dichter op het bestuur van de Nederlandsche Bank gaan zitten. In de raad van commissarissen ‘nieuwe stijl’ moet alleen plaats zijn voor erkende én onafhankelijke experts. Dat is nu eerder uitzondering dan regel.

Als er érgens een cultuuromslag nodig is binnen DNB, dan is dat wel bij de raad van commissarissen.
– Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic
Zie ook Het Financieele Dagblad van 15 juni 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *