CPB kijkt te veel naar de korte termijn

Partijen die hun verkiezingsprogramma niet laten doorrekenen doen aan ‘luchtfietserij’, zei directeur Laura van Geest van het Centraal Planbureau CPB) bijna een jaar geleden in de Volkskrant. Partijen verweten vorig jaar het CPB met een verouderd model te werken en twijfelden openlijk nog langer hun plannen door te laten rekenen.

Vooral uit wetenschappelijke hoek kwamen bezorgde geluiden dat met Van Geest het CPB een minder prominente rol zou spelen. Zo noemde econoom Sylvester Eijffinger in het FD het CPB ‘een agentschap onder het ministerie van Economische Zaken’, terwijl het een zelfstandige bestuursorganisatie zou moeten zijn. ‘Als een directeur te veel ingekapseld is, schaadt dat het CPB en de beleidsvorming in Nederland’, zei hij in juli 2013.

Over haar optreden sinds 2013 zegt Eijffinger nu: ‘Het CPB blijkt niet in staat de effecten van beleid voor de middellange en lange termijn door te rekenen. Terwijl Teulings topwetenschapper is en ook als CPB-directeur volledig “involved” was in beleidsdiscussies, is van Geest topambtenaar, geen wetenschapper. Zij kijkt met een horizon van hooguit twee jaar.’

Als voorbeeld noemt Eijffinger de doorrekening van bestedingseffecten in onderwijs en onderzoek. ‘Fundamenteel punt van kritiek’ noemt hij het gegeven dat het CPB alleen kijkt naar de korte termijn. ‘De productiviteitseffecten voor de hele kabinetsperiode worden niet meegenomen. Dat komt niet door de persoon Laura van Geest, ik heb ervaren dat ze heel competent is, maar door haar profiel: ze is topambtenaar, dus moet het huishoudboekje kloppen.’

(Mijn quotes in het FD van vandaag, auteur Henk Snyders)

Dit bericht is geplaatst in CPB, inflatie, macroeconomie, Nederland, politiek, Sylvester. Bookmark de permalink.