CPB-cijfers van zeer beperkte waarde

(universonline) – Economie lijkt altijd over cijfers te gaan. Toch blijken cijfers vaak minder waardevol als het om toekomstige inzichten gaat. Waarom is dat? En waarom zijn economische modellen maar zo beperkt in hun betrouwbaarheid? Hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger geeft antwoord op vijf vragen.

1. Zijn harde cijfers dan waardeloos?
“Als je cijfers gebruikt voor de korte termijn zijn het vooral berekeningen. Ga je die cijfers gebruiken voor de langere termijn, dan wordt het meer voorspellen. En als het aandeel voorspellen groter is dan het aandeel berekeningen, dan zijn het altijd ‘zachte’ voorspellingen. Dat betekent grote onzekerheidsmarges bij de uitkomsten. Dat zie je ook aan de langere termijnvoorspellingen die het Centraal Planbureau de afgelopen decennia deed. In het gunstigste geval klopte 50 procent van die voorspellingen.”

2. De topambtenaar van Economische Zaken stelt dat CPB-cijfers van zeer beperkte waarde zijn voor langetermijnbeleid. Hij heeft dus gelijk?
“Ja.”

3. Toch gaven u en andere economen onlangs af op politici die cijfers van het CPB zouden ‘misbruiken’. Als die cijfers niet betrouwbaar zijn voor lange termijnvoorspellingen, dan mogen politici die toch ook vrij interpreteren?
Maar niet als zij die cijfers en modellen als achtergrondmuziek gebruiken die ze aan- en uitzetten waar het hen goed uitkomt. Dat kan niet. Je kunt die niet de ene keer gebruiken en de volgende keer negeren. Het is of het een of het ander. Politici gaan er nu opportunistisch zelfs cynisch mee om en ondergraven daarmee de geloofwaardigheid van modellen. En als het hen uitkomt, verschuilen zij zich achter de rekenmeesters van het CPB. Daar is het CPB niet voor bedoeld.
Vijf kenteken
4. Microsoft presenteert minder goede kwartaalcijfers, Amazon komt met een recordwinst. Maar omdat de analisten met andere cijfers rekening hielden wordt Microsoft beloond en Amazon gestraft door beleggers. Wederom: welk nut hebben cijfers nog als iedereen er zijn draai aan geeft?
Ook daar zie je dat gedragsrelaties tot onzekerheden leiden. Net als het CPB proberen financiële markten zo goed mogelijk te voorspellen, in dit geval wat de winstgevendheid van een bedrijf is. Dit gaat dan alleen over de ultrakorte termijn: één, misschien twee kwartalen. En zelfs dan kan het dus fout gaan. Waarom? Omdat mensen een inschatting maken, andere mensen daardoor worden beïnvloed en daar op reageren en daarmee weer de koers van een bedrijf beïnvloeden.

5. Economie is geen harde wetenschap. Maar is het gezien uw antwoorden eigenlijk wel een ‘weten’-schap?
Zeker wel. Maar het is wel een menswetenschap, een gammawetenschap. Waar ik problemen mee heb is dat we ons vak te veel hebben gemathematiseerd. Daardoor wekken we nu de schijn dat we de meest wetenschappelijke van de sociale wetenschappen zijn, terwijl we dat helemaal niet kunnen waarmaken. Uiteindelijk kun je modellen bedenken wat je wilt, maar gaat het ook om intuïtie. Wetenschap dient intrinsieke twijfel als permanente eigenschap te hebben. Nee, dat is geen gemakkelijke boodschap.

Dit bericht is geplaatst in macroeconomie, Nederland, overheden, politiek, Vijf van Eijff. Bookmark de permalink.