Bezielde excellentie in het hoger onderwijs

(Mijn column van vandaag op jalta.nl)

Gelijkheid en excellentie zijn moeilijk met elkaar te verenigen. Dat geldt ook voor het hoger onderwijs. Het Nederlandse vlakland weerspiegelt zich in het academische landschap: Nederlandse universiteiten bedienen in hoofdzaak de middelmaat. Amerikaanse universiteiten domineren de Academic Ranking of World Universities. Hoe komt dat? En hoe worden hun graduates de maatschappij in gestuurd?

Bij de Ivy League universiteiten in de Verenigde Staten is allereerst een buitengewoon strenge selectie aan de poort volstrekt normaal. Nederlandse universiteiten mogen hun toekomstige studenten nog steeds niet op kwaliteit selecteren. Dat wordt als elitair en politiek incorrect beschouwd. Jonge mensen afrekenen op excellente schoolcijfers en tentamenresultaten past niet in de ‘doe maar gewoon’- en zesjescultuur. Gevolg: de vaardigheden van de studenten die boven het maaiveld uitsteken zijn matig en komen niet voor in de top-10 van landen, aldus een enigszins gedateerd empirisch onderzoek naar de kwaliteit van het hoger onderwijs van het Centraal Planbureau (juli 2007, Excellence for Productivity?).

Amerikaanse topuniversiteiten domineren mede omdat ze een hoger collegegeld vragen. Voor een jaar Harvard betaalt de undergraduate student tijdens dit collegejaar 45.278 dollar en een postgraduate student 41.832 dollar – tegenover 1951 euro in Nederland voor Bachelor en Master studenten uit Europese landen. Amerikaanse topstudenten zijn daardoor veel gemotiveerder dan hun Europese collega’s. Ze werken harder; de bibliotheken zijn op Harvard Yard ook om tien uur ’s avonds druk bezet. Terwijl studenten daar streven naar hoge cijfers,ScreenHunter_10 Nov. 10 15.58 bouwen ze hier aan een interessant CV met allerlei bijbaantjes. Logisch ook, want werkgevers vragen bij sollicitaties nooit om cijferlijsten. Excellentie wordt pas gemotiveerd wanneer docenten dit waarderen en werkgevers het belonen. De inzet van Honours Programmes en Excellence Scholarships kan aan een verandering naar een prestatiemaatschappij bijdragen. Bovendien, belangrijk is dat studenten beseffen dat ze investeren in hun eigen menselijk kapitaal. Daar mogen ze best wat meer voor over hebben.

Niet alleen op het gebied van collegegeld bestaat er verschil tussen de universiteiten. In cultuur en traditie van academische sponsoring heerst nog veel meer onderscheid. Amerikaanse universiteiten zijn rijk, mede door de vele schenkingen. Dit wordt gestimuleerd door de maximale belastingaftrek van vijftig procent bij schenkingen aan universiteiten. Maar ook omdat afgestudeerden zich sterk verbonden voelen met hun alma mater. Harvard-alumnus David Rockefeller schonk de universiteit 100 miljoen dollar. Daarmee staat hij in een lange traditie van friendraising and fundraising. Dominee John Harvard, naamgever van de universiteit, liet in 1638 zijn bibliotheek en de helft van zijn vermogen na aan het college dat twee jaar daarvoor was gesticht en Harvard University zou gaan heten.

Harvard, it’s a way of life. Maar het echte leven begint pas na Harvard. Daarin verschilt de Tilburgse student niet van die van Harvard: in de mission statements van beide universiteiten staat dat men studenten wil opleiden om bij te dragen aan de kwaliteit van de maatschappij, “to educate leaders that make a difference in the world”. Of dat lukt? Voor iedere afgestudeerde, in Harvard of Tilburg, komt het op persoonlijke inzet en verantwoordelijkheid in de praktijk aan. Dat het ook na een graduate op Harvard mis kan gaan verbaast dus niet. De hele top van Enron, het bedrijf dat eind jaren negentig ten onder ging, had aan Harvard Business School gestudeerd. Iedereen heeft een vorm van hebzucht in zich. De deugd van de matigheid vergt oefening. Daarom wordt op Harvard veel aandacht besteed aan academische integriteit. In onze cultuur waarin perfectie en risicoaversie als normen zijn verheven beangstigt het vallen. We zijn bang om verliezers te worden. Maar de angst om te falen leidt tegelijk tot risicomijdend gedrag en middelmatigheid. En middelmatigheid kunnen we als Nederland op het huidige wereldtoneel niet gebruiken.

Falen heeft wel degelijk een meerwaarde. Dat vertelde de succesvolle Britse auteur J.K. Rowling, bekend van haar succesvolle boeken over Harry Potter, aan de Harvard-alumni tijdens de Commencement Ceremony in juni 2008. Rowling beschreef de periode van armoede die ze als alleenstaande moeder aan het begin van haar schrijverschap kende. Die situatie maakte dat ze zich helemaal richtte op wat wezenlijk voor haar was. Haar falen was de katalysator van het miljardensucces. Tevens wees ze het Harvard-publiek op hun unieke status, die tegelijk evenredige verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Met de Romeinse denker Seneca geeft ze de kersverse academici een wijze levensles mee: “As is a tale, so is life: not how long it is, but how good it is, is what matters.” Rowling eindigde haar louterende toespraak met de volgende oproep aan de Harvard-alumni: “You have the power to empower the powerless in the world”. Veel macht en invloed impliceert grote verantwoordelijkheid. Excellentie in het hoger onderwijs is nastrevenswaardig, maar nog belangrijker is: bezielde excellentie. Dat kenmerkt de toekomstige leiders die het verschil maken.

Dit bericht is geplaatst in business administration, Harvard, Jalta, Nederland, onderwijs, Tilburg University, VS. Bookmark de permalink.