Euro kan dollar naar de kroon steken als wereldmunt

Dollar wankelt op zijn troon
Op de ontmoeting van staatshoofden en regeringsleiders van de G20 in Seoul gaat het over de gevolgen van de recente monetaire verruiming door de Fed, de Amerikaanse centrale bank, op de rest van de wereld. Vrees voor een valutaoorlog en hervorming van het internationale monetaire stelsel zijn de drijfveren, maar er steekt meer achter. Het gaat om het bepalen van de nieuwe geopolitieke verhoudingen tussen de VS, Europa en de opkomende economieën.

Opkomende landen als China klagen dat zij veel last hebben van het beleid van de Fed. Veel van de versgedrukte Amerikaanse dollars vloeien naar die landen weg, op zoek naar rendement. Dat zet de koersen van de munten van die landen onder opwaartse druk. Om dat te voorkomen moeten veel landen interveniëren en dollars kopen wat tot twee problemen leidt.

In de eerste plaats neemt de geldhoeveelheid in opkomende landen enorm toe, waardoor de inflatie in de toekomst zal oplopen, zowel reguliere prijsinflatie als activa- inflatie. Daarnaast voegt het nog meer dollars toe aan de valutareserves valutareserves van die landen. Dat laatste is inmiddels veranderd van een deugd in een grote bron van zorg.

Wanneer de dollar in waarde daalt, zullen opkomende landen grote verliezen lijden.

Al bijna een eeuw is de dollar de dominante wereldmunt. Een van de gevolgen van het huidige Fedbeleid op de langere termijn is dat de dollar die dominante positie zal kwijtraken. Een munt kan die rol alleen vervullen als het uitgevende land een baken is van monetaire stabiliteit en zo een stevige ankervoor de wereldeconomie. De Amerikaanse autoriteiten leveren die stabiliteit al jarenlang niet. De recente acties van de Fed, namelijk duizenden miljarden dollars drukken, tonen duidelijk aan dat de VS daarmee door zullen gaan.

Niet dat de val van de dollar van de ene dag op de andere gebeurt.

De wisseling van de wacht op de valutatroon duurt decennia. Dat proces is echter wel begonnen. China laat langzaam maar zeker toe dat zijn bedrijven handel met andere landen in yuans drijven. In Azië is een web van garanties en noodleningen opgericht om in geval van nood landen in problemen uit de regio te kunnen steunen en zo het Internationaal Monetair Fonds, dus de dollar, uit te schakelen. Er wordt zelfs gedroomd van een Aziatische muntunie.

Ook in het Midden-Oosten bestaan die plannen. De regionale centrale bank is er al en de toekomstige gezamenlijke munt staat in de steigers. Ook Afrika en Latijns Amerika smeden plannen voor een regionale munt. Steeds is het doel de afhankelijkheid van de dollar te verminderen. De euro is hier in feite ook een uiting van.

De plannen voor een Europese munt zijn na de ineenstorting van het stelsel van Bretton Woods door de ontkoppeling van de dollar van het goud in een stroomversnelling geraakt. Het onverwachte besluit van de Amerikaanse regering, bijna veertig jaar geleden, zorgde voor grote instabiliteit in de wereldeconomie en droeg mede bij aan de ontwrichtend hoge inflatie in dat decennium. Toen al gedroegen de VS zich onverantwoordelijk gezien de status van hun munt.

Maar zij kwamen er toen mee weg, omdat geen enkele andere munt die dominante rol van de dollar kon overnemen.

De euro heeft het in zich de dollar naar de kroon te steken als de valutaire heerser in de wereld. Zo vaart de Europese Centrale Bank (ECB) een wezenlijk andere koers dan de Fed. De ECB is compromisloos als het op prijsstabiliteit aankomt en zorgt zo dat de eurozone een eiland van monetaire stabiliteit is in deze turbulente tijden.

Dat zien opkomende landen ook.

Reden waarom ze steeds vaker het aandeel van de euro in hun reserves uitbreiden en, onder aanvoering van China, openlijk oproepen tot een ingrijpende hervorming van het internationale monetaire stelsel. Zo’n hervorming zal ook gevolgen hebben voor de geopolitieke geopolitieke verhoudingen.

De economische voordelen van de dollar als de dominante sleutelvaluta zijn groot geweest. Allereerst konden de VS profiteren van zogenaamde ‘seigniorage’ of inflatiebelasting, die kan oplopen tot enige tienden van procenten van het bruto binnenlandse product.

Daarnaast hadden de VS ook voordeel van de ‘liquidity discount’ als gevolg van de toegenomen diepte en liquiditeit van de Amerikaanse kapitaalmarkt, die kon variëren van 25 tot 50 basispunten op overheidsobligaties.

De voormalige Franse president Charles de Gaulle ergerde zich vooral aan een ander ‘exorbitant voordeel’ dat de VS genoten als uitgever van de wereldmunt. Dat land kan als enige daardoor dollars drukken en daarmee zijn importen en tekorten op de lopende rekening financieren. Andere landen moeten eerst die dollars verdienen alvorens die uit te geven.

Bijna 40 jaar na de dood van het stelsel van Bretton Woods is er nog niets veranderd in deze Amerikaanse houding: ‘it’s our currency and your problem’. Europa heeft nu de keuze om met steun van de opkomende landen die voordelen naar zich toe te trekken. De Gaulle zou dat zeker toejuichen. .

– Sylvester Eijffinger en Edin Mujagic
Zie ook Het Financieele Dagblad van 12 november 2010.